Hebben verschillende mensen echt radicaal verschillende diëten nodig?

verschillende mensen verschillende dieten

Het concept van gepersonaliseerde geneeskunde en gepersonaliseerde voeding loopt mijn inziens echt uit de hand. Mensen zouden moeten eten volgens hun bloedtype, hun metabolische type of het type genen wat ze bezitten.

Wetenschappelijk onderzoek vindt consequent dat onze reacties op voedsel in mate kunnen verschillen, wat betekent dat sommige mensen ongezond eten beter kunnen verdragen dan anderen. Een verkeerde extrapolatie van dit begrip leidt echter tot de gedachtegang dat er voor ieder mens een samengesteld dieet zou zijn. Bijvoorbeeld de ene gedijd beter op een vegetarisch dieet, terwijl de ander zich beter voelt op een low-carb dieet met vlees en vis.

Wat ons uniek en individueel maakt zijn onze persoonlijkheden, onze ambities, onze bijdragen aan de wereld en tot op zekere hoogte onze biologie. Maar het is een grote stap om te zeggen dat sommige mensen heel andere categorieën voedsel nodig hebben dan anderen.

Mensen zijn één soort; We zijn allemaal hetzelfde dier, met dezelfde spijsverteringsfysiologie. En zoals voor alle soorten geldt, hebben wij geen gepersonaliseerde voedingsprogramma’s nodig, tenzij we te maken hebben met een specifieke ziekte of een andere zeer ongebruikelijke aandoening. Zelfs dan zijn onze verschillen een kwestie van graad, niet richting.

Eén persoon kan meer vet in het dieet verwerken zonder gewicht te krijgen of hartziekten te ontwikkelen, vooral als ze zeer actief zijn. Een andere persoon zou wellicht een plantaardig eetpatroon met weinig vet moeten volgen om een gevorderd stadium van hart- en vaatziekte te herstellen.

Maar het eten van een vet dieet, of een dieet met heel veel dierlijke eiwitten draagt niet bij aan onze gezondheid. De wetenschap is hierin klip en klaar.

De National Academy of Sciences heeft een bronboek geschreven voor de voedingswaarde van mensen en vele andere soorten1, waaronder vee, varkens, pluimvee, vis, honden, katten, non-human primaten en meer. Deze eisen zijn gebaseerd op waargenomen tekorten bij een lager verbruiksniveau.

Hoewel de eisen van eiwit en vet afhankelijk zijn van geslacht- en levensfase (baby’s en jonge kinderen hebben iets meer nodig), zijn de aanbevelingen voor volwassenen niet zo verschillend als sommigen op dit moment promoten.

Volgens de National Academy of Sciences, Nutrient Institute of Medicine zijn de aanbevelingen voor mensen: *

  • Ongeveer 10% eiwitten
  • Minimaal 6% essentiële vetten
  • Minstens 130 gram (gezonde koolhydraten)

De gemiddelde eis voor eiwitten is vastgesteld op één basisniveau voor volwassenen: de RDA voor eiwit is 0,8 gram per kilogram lichaamsgewicht.2 Dit vertaalt zich in ongeveer 10% van de calorieën uit eiwit voor de gemiddelde persoon. Deze aanbeveling voldoet aan de behoeften van vrijwel alle bevolkingsgroepen.

Een paar bekende low-carb dieetplannen adviseren om 25% van de calorieën te consumeren uit eiwitten. Dit ligt ver buiten de eis van de National Academy of Sciences.3 En dat ondanks het opstapelende bewijs 4 5 6 7 8 dat teveel (dierlijke) eiwitten een belangrijke rol spelen in het promoten van chronische ziekten.

In de voeding is het handig om jezelf af te vragen: ‘welke voorbeelden zie ik in de natuur?’ Wanneer wij het hebben dat er voor ieder mens een ander (gepersonaliseerd) dieet zou zijn, zien wij deze voorbeelden dan in de natuur ergens terug?

paarden-beren-verschillende-dieten

Het zal niet meevallen om een paard te vinden die beter gedijd op vlees in plaats van gras vanwege zijn bloedtype. Ook zal je niet zo snel een beer vinden die tweemaal zoveel eiwitten nodig heeft dan andere beren. Als dit zo was zouden dierenverzorgers in de dierentuin er hun handen vol aan hebben, denk je niet? Op de een of andere manier past deze logica prima als het gaat om mensen.

Onze soort heeft specifieke voedingsbehoeften die we kunnen invullen door een eetpatroon te volgen gebaseerd op planten. Door voldoende te eten wordt iedere behoefte gevuld en ben je in staat om een gezond lichaamsgewicht te behouden, net zoals andere dieren dat doen in hun natuurlijke omgeving.

* Om deze cijfers te berekenen, moet je kijken naar de Recommended Dietary Allowance (RDA) voor eiwitten en de Adequate Intake, of “AI”, voor essentiële vetten in de tabellen voor voedingsreferentie (DRI) voor macronutriëntcompositie (referentie # 10). Deze DRI’s zijn ontwikkeld door het Institute of Medicine, op basis van het beschikbare relevante bewijs. De RDA is een specifiek aanbevolen niveau van inname die geschikt zou zijn voor 97,5% van een normaal verdeelde populatie. De AI is wat de meeste mensen in de bevolking gemiddeld eten en wordt gebruikt wanneer er niet genoeg bewijs is om een ​​RDA in te stellen.

Met behulp van de gemiddelde eisen als target (een strategie die zelfs in de DRI tabellen wordt voorgesteld), zou een man die 80 kg weegt en 2500 calorieën eet, 64 g eiwit en 18,6 g essentiële vetten per dag nodig hebben. De eiwitbehoefte wordt berekend door het vermenigvuldigen van 80 kg met 0,8 gram, de aanbevolen dagelijkse eiwitinname op basis van lichaamsgewicht.

De AI voor essentiële vetten is 18,6 gram voor volwassen mannen. Echter, omdat hele plantaardige voedingsmiddelen natuurlijk vet bevatten, en wanneer je een WFPB dieet volgt en de noten en zaden niet overschrijdt, krijg je meer dan de minimale hoeveelheid essentiële vetten binnen. 40 gram is dan waarschijnlijker.

Eiwitten: 64 gram bij 4 calorieën per gram = 256 calorieën uit eiwit.
VET: 40,0 gram bij 9 calorieën per gram = 360 calorieën uit vet.
CARBS: De resterende calorieën zijn koolhydraten, die worden berekend door aftrekken: 2.500 (totaal) – 256 (eiwit) – 360 (vet) = 1.884 calorieën uit koolhydraten. In termen van het percentage calorieën komt dit uit op ongeveer 10% eiwit, 14,5% vet en 75,5% koolhydraten.

Dit artikel is geschreven door Micaela Karlsen, promovendus in voedingsepidemiologie van de Tufts Friedman School of Nutrition Science and Policy. Micaela ontving haar master’s degree in voeding en volksgezondheid van de Johns Hopkins Bloomberg School of Public Health en heeft een BA in de psychologie van Cornell University.

Bronnen

  1. The National Academies Press. Accessed March 14, 2015.
  2. USDA Dietary Reference Intakes. Accessed March 14, 2015.
  3. A Week of Paleo Meals. Accessed March 14, 2015.
  4. Appleton BS, and Campbell TC. “Inhibition of aflatoxin-initiated preneoplastic liver lesions by low dietary protein.” Nutr. Cancer 3 (1982): 200–206.
  5. Youngman LD, and Campbell TC. “High protein intake promotes the growth of preneoplastic foci in Fischer #344 rats: evidence that early remodeled foci retain the potential for future growth.” J. Nutr. 121 (1991): 1454–1461.
  6. Youngman LD, and Campbell TC. “Inhibition of aflatoxin B1-induced gamma-glutamyl transpeptidase positive (GGT+) hepatic preneoplastic foci and tumors by low protein diets: evidence that altered GGT+ foci indicate neoplastic potential.” Carcinogenesis 13 (1992):1607–1613.
  7. Levine ME et al. Low Protein Intake Is Associated with a Major Reduction in IGF-1, Cancer, and Overall Mortality in the 65 and Younger but Not Older Population. Cell Metab. 2014 Mar 4;19(3):407–17.
  8. Fung TT et al. Low-carbohydrate diets and all-cause and cause-specific mortality: two cohort studies. Ann Intern Med. 2010 Sep 7;153(5):289–98./note][note]High-Protein, Low-Carb Diets Explained, accessed January 15, 2015./note] [note]High-Protein Diets, accessed January 15, 2015.
Deel met je vrienden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code